Implantaten in de bovenkaak zonder het aanbrengen van extra bot

Welke operaties zijn er nodig?

In het algemeen zijn er twee operaties nodig. Daarna kan de tandarts aan het maken van de nieuwe prothese kan beginnen.  Meestal worden er vier of zes implantaten in de bovenkaak geplaatst; aan iedere kant twee of drie.  Ze worden geplaatst  op de plaats  van de vroegere kiezen.

In de eerste operatie worden de implantaten aangebracht. Deze operatie kan worden gedaan onder lokale anesthesie. In overleg is deze operatie ook onder algehele narcose mogelijk. Het tandvlees wordt opzij geschoven om het kaakbot zichtbaar te maken. In het kaakbot worden gaatjes geboord ter grootte van het implantaat. Er worden vier of zes implantaten in de bovenkaak geplaatst. Wanneer er plaatselijk niet genoeg bot is om de implantaten te bedekken of genoeg houvast te geven, dan zal er op een andere plaats in uw mond een beetje extra bot worden weggenomen. Met dit bot worden de implantaten bedekt of meer houvast gegeven. Op het einde van de operatie worden de implantaten door het tandvlees bedekt. De implantaten zijn gedurende de drie maanden genezingsperiode niet in de mond te zien.

De nieuwe bovenprothese op implantaten zal straks meer kracht uitoefenen op de onderkaak dan uw oude prothese. Heeft u in de onderkaak geen eigen tanden of kiezen meer om deze krachten op te vangen, dan kunt u hier last van krijgen. Daarom worden er ook twee of vier implantaten in de onderkaak geplaatst, zodat de prothese hierop kan steunen. U mag na deze operatie de prothese twee weken niet dragen. De tandarts zal uw oude prothese na twee weken aanpassen.

Het “vastgroeien” van de implantaten in de bovenkaak en eventueel de onderkaak duurt minimaal drie maanden.

Tijdens de tweede operatie, worden de implantaten weer opgezocht. Ze zijn namelijk tijdens de periode van vastgroeien bedekt door het tandvlees. Deze operatie wordt gedaan onder lokale anesthesie. De implantaten zijn na het opzoeken zichtbaar in de mond, omdat het afdekschroefje door het tandvlees heen steekt. Het tandvlees wordt op het einde van de operatie om de afdekschroefjes heen gehecht. Deze tweede operatie duurt ongeveer een half uur. Na deze periode wordt de nieuwe prothese vervaardigd.

Tijdens het gehele behandeltraject kan de prothese dus enkele weken niet worden gedragen. Dit is absoluut noodzakelijk voor een goede wondgenezing. De kaakchirurg en tandarts zullen hier rekening mee houden en deze perioden zo goed mogelijk met u plannen.

Wat zijn de mogelijke bijwerkingen en risico’s van de behandeling?

Bij het aanbrengen van bot en implantaten kunnen complicaties optreden, zoals ontsteking van het kaakbot of tandvlees. De kans hierop is echter bijzonder klein en de stoornissen zullen vrijwel altijd van tijdelijke aard zijn.

Ten gevolge van de operatie kunnen bijwerkingen optreden in de vorm van pijn en zwelling. Door het gebruik van een pijnstiller is de pijn vaak goed te onderdrukken.

Er bestaat een gering risico (kleiner dan 10%) dat een implantaat niet goed vastgroeit en moet worden verwijderd. Mocht dit noodzakelijk zijn, dan is weer de situatie ontstaan, die bestond vóór het inbrengen van het implantaat. Er wordt met u overlegd of een nieuwe poging zal worden gedaan of dat er beter voor een andere oplossing gekozen kan worden.